dinsdag 28 april 2015

Meinderd de Vries, directeur van de chr. ulo te Noordhorn



LANGESTRAAT 3 Noordhorn
Op de foto staan de heren Meinderd de Vries en Jan Thijs de Haan. 
Ze staan bij het huis aan de Langestraat 3. 
Het huis wordt bewoond door Jan Thijs de Haan. 
Vroeger begon hij als leraar en huurde het huis van het bestuur van de christelijke mavo van Noordhorn. 
Later boden ze hem het huis aan tegen een schappelijke prijs.

De bewoner was voor De Haan de voormalige directeur Visser. 
Hij kocht toen als directeur van de mavo al een huis in Zuidhorn. 
Eén van de collega's die graag het huis wilde huren was Jan Thijs de Haan.
Voordat Visser het huis bewoonde, was de bewoner de heer de heer Meinderd de Vries. 

Hij maakte als directeur van de mavo Noordhorn de oorlog mee. 
In het laatste jaar van de oorlog kreeg hij een zoon. (1944) 
De heer Meinderd de Vries maakte genoeg mee met de Duitsers. 
Hij wist, toen de Duitsers hem wilden oppakken, uit het huis te ontvluchten door een raam. 
De Duitsers schoten op hem op dat moment. 
In het huis vind je nog het ruitje, waar een kogel door ging. 
Hij verstopte zich in het huis van Rein Kooi, met wie hij bevriend was. 
Rein adviseerde hem zich te verstoppen in de school. 
Daar kon je je uitstekend verbergen. 
Zoon Meindert werd geboren in het laatste oorlogsjaar en groeide na de oorlog in Noordhorn op. 
Je kunt nu nog zien, dat hij daar had gewoond, omdat zijn naam staat in een berging van de slaapkamer.
Mijn zoon Jan Mark zette zijn naam ernaast. 
Ik vertelde Jan Mark wie Meinderd de Vries was en wat hij met dit huis te maken had. 
Een paar jaren geleden was ik geblesseerd (door de enkel gegaan). 
Sporten was er niet bij. 
Het was mei . 
Er was een week geen school (meivakantie) 
Ik besloot op de palen voor het huis taferelen te schilderen, zoals de Canadese, Amerikaanse vlag, tanks. 
Er kwamen mensen op de fiets en maakten een praatjes, natuurlijk over de oorlog en herinneringen eraan.
Er kwam een oudere vrouw die vertelde, dat ze als jong meisje als kraamverzorgster had gewerkt in de slaapkamer aan de voorkant boven de woonkamer. Ze had geholpen met het ter wereld helpen van het zoontje van de directeur van de mavo De Vries. Zulke verhalen hoorde ik, toen ik daar stond te schilderen.
De volgende dag, geloof je het niet, fietste Meinderd de Vries op de fiets er langs. 
Hij was de baby van de kraamverzorgster, met wie ik gisteren had gesproken. 
Hij vertelde mij precies in welke kamer hij gehad gelegen bij de geboorte. 
Ik zei:
 "Gisteren sprak ik je kraamverzorgster. 
Je vertelt geen onzin!"
Ik vertelde hem, wanneer ik zelf geboren was. 
Dat was in Sneek op 7 mei 1944. 
Jaren later ging ik naar Noordhorn als leraar.
Meinderd de Vries: 
"Ik ging jaren na de oorlog met vader mee naar Sneek".
Jan Thijs de Haan: 
"Jij ging na de oorlog van Noordhorn naar Sneek. 
Bijna vertrok mijn broer Folkert de Haan met je vader naar Sneek. 
Hij deed het toch maar niet, want hij werkte nog maar één jaar in Noordhorn".
Sinds de oorlog is de band met Meinderd de Vries met het huis van Jan Thijs de Haan groot. De vorige week kwam hij op de foto met de huidige bewoner.
In 2000 kwam de hele familie De Vries naar Noordhorn om nog eens naar het huis en de school te kijken.
Ze haalden onder elkaar herinneringen op. 

Tjits de Vries was toen 67 jaar als oudste van het gezin.
Er waren 2 zonen, Reimer en Meinderd. 
Na het bezoek van het gezin De Vries, kwam Meindert regelmatig langs, als hij in de beurt logeerde op de racefiets.
Tjits schreef ons in 2000 een brief na het bezoek in Noordhorn.
Ik heb toen de brief opgeborgen en bewaard tot ik tijd had om er op te reageren. 
Helaas kwam er niets van. 
Toen ik schreef over mijn memoires op de site, vond ik de brief in 2010. 
Meinderd de Vries heeft geholpen bij het schrijven van het boek “Van Bezetting tot Bevrijding, Zuidhorn 1940 – 1945". 
In april 2010 kwam het boek uit.
De brief van zijn zuster Tjits de Vries vond ik terug ongeveer in maart 2010. 
Merkwaardig!
Van Meindert mocht ik schrijven over de brief op mijn site. 
Ik vond een foto van Tjits de Vries voor het huis aan de Langestraat 3 op 67- jarige leeftijd in 2000 en een foto van het huis in jaar 1940. 
Bovendien stuurde Tjits het verhaal van haar vader over zijn belevenissen in de oorlog.
Ze schreef in 2000 de brief:
Leeuwarden 7 september 2000
Geachte Heer en Mevrouw de Haan
Er zijn al even wat dagen verstreken na 26 - 8. 
Het was voor ons als broers en zussen de Vries een geslaagde zonnige dag. 
Wij haalden op deze manier weer jeugdherinneringen op. 
Er is al weer heel wat gebeurd, wanneer je naar deze 2 foto's kijkt tussen 1940 - 2000. 
Hier ligt 60 jaar tussen. 
Op 30 juli 2000 werd ik 65 jaar. 
Vandaar deze dag in Noord - en Zuidhorn. 
De zwart- witte foto hebben ze wat groter afgedrukt dan de originele. 
Zo is het allemaal wat duidelijker.
 Zomers hingen er houten jaloezieën buiten met houten kappen die veel licht wegnamen in huis. 
's Winters werden ze verwijderd en opgeborgen. 
Ook heb ik de "moordaanslag" brief geschreven door vader diezelfde dag gecopiëerd. 
Zo hebt u wat geschiedenis. 
Een week of 3 later hebben ze vader als eerste 's nachts na 12 uur "opgepakt" tijdens een razzia als gijzelaar en naar Vught gebracht, eerst naar Scholtenhuis in Groningen.
'k Weet overal nog wel het een en ander van te vertellen. 

Gelukkig kwamen later betere tijden! 
Bij dezen bedank ik u nog uit de grond van mijn hart voor uw spontane gastvrijheid.
Die broers van mij, vooral Reimer en Meinderd, waren enthousiast.
We zijn nu in de leeftijd van 54 en bijna 67 jaar.
Met vriendelijke groeten van Tjits de Vries


TJITS DE VRIES 30 juli 2000

1940 familie DE VRIES 
Langestraat 3 

De brief van Meinderd de Vries aan de familie

Zuidhorn, 4 nov. 1943
Beste familie,
Ik moet u van de geweldige gebeurtenissen, die zich vanmorgen in onze woning hebben afgespeeld toch even verslag doen. 
U zou boos zijn, wanneer u het van derden zou vernemen. 
Laat ik vooraf ter geruststelling zeggen, dat alles goed is afgelopen. 
We hebben de Here kunnen danken voor mijn onuitsprekelijke weldaden.Dat ik dit met de schrijfmachine doe, is omdat ik, dan een stuk of zes tegelijk kan doen, want ik heb meerdere familieleden en vrienden, die ik onze wederwaardigheden moet schrijven. 
Vooreerst dit: 
U weet, dat in onze buurt in de laatste tijd enkele N.S.B.- ers zijn vermoord. 
Nu is er gisternacht in Grootegast een niet- N.S.B.- er uit zijn bed gelicht, en later met 2 kogels door zijn hoofd (men zegt zelfs met uitgesneden hals) aan de kant van de weg gevonden. 
Lieve mensen, vannacht heeft men hetzelfde met mij trachten te doen. Gelukkig God heeft het niet toegelaten. 
Ik zal u verder een chronologisch relaas geven.
Vanmorgen 10 voor zes wordt er gebeld. 
Ik hoorde het eerst niet. 
Baukje zegt: 
"Er wordt gebeld, wat zou dat wezen?" 
Meteen wordt er nog eens heftig gebeld. 
Ik ging in mijn onderkleren naar de deur en vroeg door de brievenbus: 
"Wie is daar?"
Antwoord: 
"Politie".
Ik vraag: "Kunt u zich legitimeren?" 
Antwoord: "Ja". 
Ik laat na herhaalde aandrang de man mij zijn legitimatie tonen. 
Die was uiterlijk in orde, een normaal politie- legitimatiebewijs van de Rijksrecherche te Groningen. 
Ik vroeg hem: 
"Wat moet dit betekenen?"
"U moet mee naar Groningen om door de Sicherheitspolizei verhoord te worden. 
't Is misschien met een paar minuten afgelopen".
Mijn wantrouwen werd door zijn ondeskundig optreden zo sterk, dat ik dacht:
Inderdaad, dat geloof ik ook, maar dan in de betekenis van dood en langs de kant van de weg in een sloot. 
Dit wantrouwen werd nog groter, toen een tweede, ook in burger binnenkwam.
Ik vroeg onmiddellijk: 
"Kunt u zich legitimeren?" 
De eerste man vroeg toen: 
"Heb je 't bij je?" 
Hij grommelde wat, maar ik begreep best, dat hij dat niet had. 
Ik heb toen gezegd: 
"Goed, ik zie dat de zaak wat de ene persoon betreft in orde is en ik zal me aankleden en meegaan.
Ik deed de slaapkamerdeur dicht en stelde Baukje gerust en wees haar erop, dat we alle hulp van God moesten verwachten. 
Maar ondertussen zinde ik op middelen om te ontkomen, maar liet die man niets merken. 
Deze deed telkens de slaapkamerdeur open, de andere bleef bij de voordeur. 
Ik ging nog eens op hem toe om op 't vreemde van zijn niet kunnen legitimeren te wijzen. 
Het gaf me niet veel, maar ik had toch de gelegenheid de deur even te sluiten, toen ik terug naar de slaapkamer liep en even het raam los te maken en onmiddellijk het gordijn weer dicht te doen. 
Gelukkig dat ik om dat laatste dacht, want ik had 't nauwelijks gedaan of de slaapkamerdeur ging weer open en de pseudo- rechercheur nam alles nauwkeurig op.
Ik was nl. van plan door dat raam te duiken, hoe moeilijk dat ook zou zijn. 
U weet, dat er in onze slaapkamer beneden alleen maar één raam is, dat open kan op 2.10 m hoogte, dat is de onderkant. 
Het raam is 45 cm hoog en draaibaar aan de bovenkant tot onder een hoek van ongev. 50gr. 
B. bemerkte nu natuurlijk wat ik van plan was. 
Ze had aan mijn besliste manier van praten tegenover de rechercheur gedacht, dat ik mee zou gaan. 
Dat was ik ook een ogenblik van plan, omdat ik bang was dat zo anders B neer zouden knallen. De zaak was nu een ogenblikje de deur dicht te krijgen zonder, dat hij argwaan kreeg.
Ik liep nog eens op de persoon bij de deur af en zei: 
"Als u zich niet legitimeert, ga ik niet mee". 
Antwoord in gebroken Duits: 
"Machen Sie sich schnell fertig". 
De ander zei:
"Dan gebruiken we geweld". 
Ik wilde de deur sluiten, maar dat liet hij eerst niet toe.
Ik zei op boze toon:
"Ik wil afscheid van mijn vrouw nemen en de deur dicht. Wees maar niet zo wantrouwend"

En het gebeurde. 
Ik besloot het risico te nemen. 
Ik spring op de stoel en in één duik een flink eind door het raam. 
Mijn zo goed op de kop kunnen staan, kwam nu te pas. 
De stoel viel onder de bedrijven om. 
Onmiddellijk kwam de pseudo- rechercheur binnen. 
Ik hoorde dat later van B. 
Hij stond tegen haar aan en schoot op mij. 
Het gat zit in het bovenraam. 
Ondertussen was ik naar beneden geduikeld. 
Eigenaardig dat ik zo scherp dacht. 
Toen ik in het raam hing en mijn broek bleef haken. 
Dacht ik: "Wat zal ik? 
Me op de handen naar beneden laten vallen of de post pakken en me op zij laten vallen?"
Ik deed het laatste en kwam heelhuids beneden. 
Die duikvlucht heeft in totaal maar enkele seconden geduurd. 
Ik was niet geraakt en kon door het raam zien, dat B. ongedeerd was.
Ze begon te schreeuwen: 
"Help, help". 
Ik schoot als een snoek mijn tuin over naar de tuin van de buurvrouw. 
Door die duikelpartij kon ik het stuur eerst niet recht houden en viel een paar keer. 
Ik was nog niet in de naastliggende tuin, of ik hoorde de auto al wegrijden. 
Ik ben op sokken door enkele tuinen gelopen en de weg langs naar onze vriend Kooi.
Ik heb ze eruit gebeld en zij hebben zich aangekleed. 
De vrouw is naar B. gegaan en wij volgden op enige afstand. 
Ik heb toen tegen B. gezegd: 
"Je kunt God danken, omdat je je man als uit de dood terug gekregen hebt". 

We hebben toen God gedankt voor zijn genadige uitredding en ook, dat Hij mij en B. in de gevaarlijke ogenblikken zoveel kalmte en berekenend overleg gaf. 
Ik ben toen direct aangifte gaan doen op de marechausseekazerne. 
Vanmorgen kreeg ik nog de Sicherheitspolizei voor een onderzoek. 
Ze waren verontwaardigd dat deze waarschijnlijk anti- terroristen van hun naam gebruik maken.
De gevonden patroonhuls werd als buit meegenomen.

Van de auto heb ik niets gezien, deze is waarschijnlijk met grote snelheid in de richting Groningen verdwenen. 
 t' Is vandaag allemaal belangstelling. 

Vanmiddag kwam er een man uit Surhuisterveen aan de deur, daar hij van mijn redding gehoord had, om inlichtingen, want hij vertelde, dat wat bij mij mislukt was, bij zijn vader een Gereformeerd bakker Schuilinga, gelukt was. 
Deze zou z.g. naar Leeuwarden worden vervoerd voor een verhoor.
Hij is daar niet aangekomen en men heeft hem ook nog niet gevonden. 
Wil God met ons danken voor zijn in dezen zo rijk betoonde genade,
Met hartelijke groeten
Uw dankbare Meinderd, Baukje en kinderen.


















Bij de brief van Tjits de Vries 2 knipsels:


Volgens mij bestaat er een bepaald verband tussen Meinderd de Vries als directeur van Noordhorn en Jan de Haan als chef-redacteur van het Friesch Dagblad. in Sneek. 
Aan het begin van de oorlog was de toenmalige hoofdredacteur van het Friesch Dagblad overleden. 
Er moest een nieuwe hoofdredacteur benoemd worden. 
Het oog viel op Hendrik Algra, maar deze was leraar geschiedenis van het gymnasium en hij wilde dat blijven.
Het bestuur van het Friesch Dagblad deed het volgende: 
Jan de Haan nam de leiding van de redactie op zich en Hendrik Algra leverde de hoofdartikelen in en bleef verder leraar van het gymnasium. 
Als het Friesch Dagblad onderhandelde met de Duitsers over de persvrijheid, dan werd een bestuurslid en het lid van de redactie, Jan de Haan in plaats Hendrik van Algra,aangewezen. 
Zo kon Algra gewoon leraar blijven. 
Misschien wilde Algra de Duitsers pesten door een tweede man te sturen.

De heren van het Friesch Dagblad hielden de poot stijf en hielden zich vast aan de persvrijheid. Vanaf dat moment mocht de krant niet meer uitkomen. 

Het bestuurslid van het Friesch Dagblad vertelde. dat hij van huis al de tandenborstel meegenomen voor het geval ze in de gevangenis zouden belanden. 
De Duitse Pressereferent antwoordde daarop dat zij, Duitsers, geen beesten waren. 
Ze hadden hun de gelegenheid gegeven om thuis een koffer te pakken, voordat ze naar de gevangenis moesten. 
Mijn vader had geen werk meer en onder andere dankzij hulp van de diaconie kon hij zijn kinderen te eten geven. 
Later kwamen de Duitsers met de oplossing om hun gezicht niet te verliezen. 
Ze zochten een gijzelaar onder de mensen van het Friesch Dagblad. 
Hun keuze viel op Hendrik Algra.
Zo kwam Algra terecht in Vught. 
Daar kwamen die mensen, die een grote naam hadden in hun dorp of het stadje waar zij leefden. 
Zo behandelden de Duitsers geachte Nederlanders.
Het is zeker de moeite te lezen de brochure:

"Niet geknecht"door JAN DE HAAN
Het "Friesch dagblad" in conflict met de nazi's.
Door de Jan de Haan 
















Zuidhorn- Geboren in 1942 op een Groningse boerderij heeft Harm Veldman zelf niet veel last gehad van de oorlog. 
Geen ondervoeding en directe dreiging. 
Toch heeft die bezettingsperiode hem altijd geïnteresseeerd. 
Als geschiedenisleraar op het HAVO/VWO van het Gomarus college, vertelde hij de leerlingen vaak over deze vreselijke tijd. 
Als gepensioneerd leraar schreef hij onder meer het boek “Van Bezetting tot Bevrijding, Zuidhorn 1940 – 1945." 
Meinderd de Vries heeft Veldman bij het schrijven adviezen gegeven over zijn vader Meinderd de Vries, die in de oorlog directeur was van de Chr. mavo te Noordhorn.
Uit:
Van Bezetting tot bevrijding ZUIDHORN 1940 – 1945
Eindredactie Dr Harm Veldman















Meinderd de Vries, directeur van de chr ULO in Noordhorn

Wat Pake van de jongens EDING al zo heeft meegemaakt





De oorlog van 1940- 1945

Wat Pake van de jongens EDING al zo heeft meegemaakt

Als 13- jarigen moesten wij naar school, maar daar er scholen in beslag genomen waren door de Duitsers, die daar ingekwartierd waren, gingen we maar halve dagen naar school.
Dan moesten we een hele week 's ochtends en de andere week 's middags heen.
Van het leren kwam dus niet veel terecht.
Gelukkig kon ik in augustus van school.
Ik kon niet meer geplaatst worden op de ambachtsschool, daar deze vol geboekt was.
Dus moest ik een jaar wachten, wat ik niet wilde.
Dus moest ik aan het werk.

Van de Duitsers hadden wij in het begin van de oorlog geen last.
Alleen de levensmiddelen werden steeds schaarser, zodat de bonnen werden ingevoerd.
Dat wil zeggen, je kreeg brood, vlees, koffie, tabak, suiker, enz. op bonnen.
Sommige bonnen waren een veertien dagen geldig, andere een maand, bijvoorbeeld voor tabak en snoep.

Het duude niet lang of de Duitsers moesten arbeidskrachten hebben in hun land, zodat ze meer soldaten konden oproepen voor hun leger.
Dat ging eerst op vrijwillige basis, maar in 1942 was het al verplicht.
Je moest je melden van 18 tot 50 jaar en gekeurd worden en dan werd je in Duitsland te werk gesteld onder bedreiging.
Als je voor de voedselvoorziening werkte (zoals bakkers of mensen van de zuivelindustrie0 dan kreeg je een vrijstelling, want de Duitsers konden boter en kaas wel in hun land gebruiken.
Wat daar tekort was, werd hier weggehaald.

De Joden werden hier ook vervolgd.
Ze moesten een grote gele ster dragen, zodat je kon zien dat ze Jood waren.
Ze mochten niet meer met de mensen praten.
Ik werkte op de Condensfabriek, ook zuivel.
daar werkte een Jood, een een Engelse die gehuwd was met een Duitse Jodin.
Ze hadden een klein, lief meisje van twee en half jaar.
De Joden werden zo nu en dan opgehaald en gingen naar Westerbork.
ook de Joden die ik kende, kregen bericht.
We hebben ze nog aangeboden om onder te duiken, maar als Duitse Jodin was ze niet bang.
Ze zouden haar wel ontzien.
ook wilden wij wel voor het meisje zorgen, maar ze wilde het niet.
We hebben hen niet weer teruggezien.
Volgens berichten zijn ze vergast.

Mijn vader kreeg een 'Ausweis'
(Dat is een legitimatiebewijs met stempel van de Duitse bevelhebber).
Daarmee kon hij vrij rondlopen, mede omdat hij bij het ziekenhuis werkte en tevens bij de luchtbescherming was van het ziekenhuis.
Als er dan luchtarm was, wat je kon horen via een sirene die over stad loeide, mpchtn wij niet op straat, maar mijn vader moest dan een band waarop stond LB (luchtbescherming) dragen op straat op weg naar het ziekenhuis.
De Duitsers lieten hem dan doorgaan.

Mijn beide broers moesten ook naar Duitsland, maar ze zijn ondergedoken, dat wil zeggen ze hielden zich schuil bij iemand anders.
Dat was ook gevaarlijk, want als de Duitsers hen bij een razzia oppakten, zouden ze naar kamp gebracht zijn en ook die mensen die onderdak hadden verschaft, zouden gestraft worden.
Bij een razzia grendelden de Duitsers een gebied of een aantal straten af en dan deden ze huiszoekingen.

Pake werd eind 1943 opgeroepen voot de arbeidsdienst.
We noemde dat toen Koenraad.
Je was verplicht in dienst van de Duitsers arbeid te doen en kreeg een op;eiding met de schop.
Je moest dan voor de Duitsers loopgraven maken.
Ik proneerde met te laten afkeuren, wat me geluklte.
Achtera had het nog 10 maanden geduurd, voordat ik voor de arbeidsdienst moesy opkomen.
Ik ging onderduiken en wel in EE achter dokkum bij mijn grootouders.
Toen ik daar ongeveer 2 maanden had doorgebracht, stuitte ik op een middag op de landwacht.
Daar zou bij geweest zijn de beruchte landwachter Gredanis met zijn hond.
Ik had geluk dat ik op tijd weg kon komen.
Ik ben in het bietenveld gedoken, waar ik de hele middag heb gelegen tot ik mijn vader zag.
Toen was de kust veilig.
De oudjes waren erg van streek, zodat ik niet meer naar buiten mocht.
Omdat ik niet best de hele dag binnen kon zijn, bedacht ik een smoesje.
Ik deed net of ik precies wist waar mijn oudste broer ondergedoken zat en mocht er naar toe.
Hij zat bij Oostrum bij een boer door de velden zo'n twee of drie kilometer.
Het lukte mij hem te vinden,
ook mijn jongere broer zat daar.
Hij moest naar Drente om eenmansgaten te graven voor de Duitse verdediging.
Hij werkte toen op de Middenstandasbank.
We hebben geruild van onderduikplaats.
Hij bij mijn pake en beppe en ik bij de boer.

Omdat ik kon melken, kwam het de boer wel goed uit.
Toen het landwerk gebeurd was, zaten mijn oudste broer en ik garen te spinnen van schapenwol voor de boeren in de omtrek.
we kregen er vlees, vet en spek voor.
Mijn vader haalde dat op en nam het mee naar huis in Leeuwarden.
Daar hadden ze dan ook te eten.

Op 7 december 1944 op de verjaardag van mijn moeder ging ik naar huis terug.
Ik ging met de vrachtboot van EE die naar Leeuwarden voer met vee, enz.
De vrachtvaarder wist waar hij langs moest varen.
De ondergrondse had een praam laten zinken met klein in de vaargeul.
Wij maakten mee dat de Duitse mijnenvegers er 's nachts boven op voeren.
Dat gebeurde niet zonder gevolgen.
De Duitsers hebben toen verschillende mensen opgepakt uit de omgeving.
We hebben geluk gehad dat ze niet bij ons zijn geweest.
Het was vlak bij ons, maar indat we geïsoleerd waren door het water, liep het goed af.
We kwamen 's morgens met de boot Leeuwarden binnen en de hel stad was afgezet door Duitse soldaten.
Niemand kon de stad uitkomen.
Je kon er wel in.

De gevangenis was overvallen,
Er zaten nogal veel ondergrondse verzetsstrijders gevangen in het Huis van Bewaring (strafgevangenis)
Door 25 man van het verzet (NBS: Binnenlandse Strijdkrachten) zijn die mannen eruit gehaald.
Dar was een moedige daad.
Ik heb de hele dag in het onderschip gezeten bij de koeien met nog een onderduiker.
Toen het 5 uur wat donker werd, ben ik met de arm in de doek en bij mijn zuster achterop de fiets thuisgekomen.
Helaas het heeft niet lang geduurd toen onze achterbuurman die bij ons over de schutting klom, gegrepen werd door een Duitse soldaat.
In onze straat was een razzia.
Ik zat alweer in mijn schuilplaats.
De buurman had een áusweis' voor de voedselvoorfziening.
Met een smoesje lieten ze hem los, maar de 'Ausweis' namen ze in beslag met de mededeling dat hij de volgende dag zich moest melden bijh de Ortskommandant (het hoofd van de Duitse Wehrmacht in Friesland)
Hij deed hetr niet, zodat we erop konden rekenen dat de volgende dag huiszoekingen zouden plaats vinden.
Omdat het adres op de Áusweis" niet klopte, liepe wij ook gevaar.
Dat was het geval.
Ik ben met de achterbuurman gevlucht naar het dorp Deinum, zo'n 8 kilometer ten weste van Leeuwarden.
We zijn door de weilanden gelopen.
Er waren weilande waar landmijnen lagen.
dat was ons bekend.
Mijn buurman kwam bij de familie Geertsma en ik kwam over de vaart ook bij de familie Geertsma.
Deinum was een klein plaatsje.
De toren was vierkant gebouwd.
Daarop was een kool- of uienvorm geplaatst.
Als er Duitsers van Leeuwarden richting Harlingen reden werden wij gewaarschuwd per telefoon.
Een paar onderduikers gingen dan boven in de toten zitten.
Ze keken welke richting de Duitsers gingen.
Gingen ze richting Deinum, dan was het alarm en iedere onderduiker ging in de bootjes.
Ze kwamen dan bij ons.
Er waren drie bootjes die lagen aan de andere kant, zodat de Duitsers daar niet konden komen.
Was later het sein veilig, dan ging iedereen weer naar de overkant.







Ook hier ging ik overdag wol spinnen om nog wat te verdienen.
Men moest die mensen toch kostgeld geven.
Nu kostte het niet veel:
4 tot 6 gulden per week voor kost en inwoning, tenminste als je het kon betalen, anders maar wat minder.
Het ging om je te helpen.
Het werd steeds angstiger.
De Duitsers waren aan de verliezende kant.
dat was goed te merken.
Zo werden op 22  januari 1945, het vroor erg hard, 29 gevangenen in koelen bloede aan de Woudweg te Dokkum neergeschoten.
Ze hebben daar 24 uur in de sneeuw gelegen.
Beppe kwam er 's morgens langs ze daar lagen

Op 10 april 1945 werd de heer P. Dolstra, onze fietsenmaker opgepakt met ene De Vries.
Beiden zouden bij de Harlingerstraatweg doodgeschoten worden.
Twee SD- ers liepen achter hen aan met het pistool in de aanslag.
Hij heeft beiden aangevallen en in de sloot gegooid.
Toen zijn ze hem gesmeerd.
Mazar de dag erop zijn er 14 gevangenen uit de gevangenis gehaald en bij de brug van Dronrijp doodgeschoten.
Een persoon heeft het overleefd.
 Hij kreeg een schot in de schouder en hield zich dood.
Bij deze mannen was een overbuurman bij ons uit de straat.
Hij was schoolmeester.
Zijn vrouw was in verwachting.
Het gebeurde op 11 april.
Op 15 april werd Leeuwarden bevrijd.
De baby is geboren op 16 april.


Natuurlijk is er veel meer gebeurd, maar dat staat wel in de boeken.
Ik moet zeggen, wij hebben als vier broers de oor;og overleefd, maar we hebben veel spannende ogenblikken meegemaakt.
Het was uitkienen, maar het is ons gelukt.

HENDRIK TEN BRUG